‘Hebben mijn zonen zich al verzoend?’ Met die vraag op de
lippen sterft Zana. Ze is geboren in Libanon, maar is al op jonge leeftijd met
haar vader geëmigreerd naar de Braziliaanse stad Manaus, op het kruispunt van
de Amazone en de Rio Negro. Ze trouwt met Halim, ook een Libanees en krijgt een
tweeling, twee jongens, Jaqub en Omar, en een dochter Rânia. Tussen de jongens botert het niet. Het is
Zana’s grootste wens om haar zoons als goede vrienden te zien, maar dat gebeurt
niet. Jaqub is intelligent en ijverig en bouwt in São Paulo een goede carrière op. Omar wil niet deugen,
hij drinkt en ligt het liefst in zijn hangmat. Van tijd tot tijd verdwijnt hij,
waarop zijn moeder zijn vader erop uitstuurt hem terug te vinden. De liefde van
Zana voor haar benjamin, Omar, is bijna ziekelijk te noemen. Ze gunt geen
andere vrouw zijn liefde. Ook de liefde van Rânia voor haar broers heeft iets beklemmends. Ze is
mooi, maar wijst alle aanbidders af en is het liefst bij haar broers.
Vijandschap
Het verhaal van Zana en Halim en hun kinderen wordt verteld
door Nael. Hij is de zoon van Domingas, de dienstmeid van indiaanse afkomst.
Nael vermoedt dat hij verwekt is door één van de broers, maar weet niet door
welke.
Het thema lijkt spannend, vijandschap tussen twee broers,
maar het boek kabbelt nogal, het kostte me moeite het uit te lezen. Nael
vertelt ons veel over Jaqub en Omar, maar ze gaan niet echt voor ons leven. Dat
maakt het lastig de vete in te voelen.
Misschien staan de twee broers voor de twee kanten van
Brazilië. Aan de ene kant de energieke vooruitgangsdrift in São Paulo, aan de andere
kant het zalige nietsdoen in andere delen van het land. Dat geeft het boek een tragische inslag: nooit zullen beide kanten zich met elkaar verzoenen.
Manaus
Mooi aan het boek is de beschrijving van de sfeer van
Manaus, met zijn 'mengelmoes van mensen, talen, achtergronden, kleren en
verschijningen'. Met zijn rubberbomen, broodbomen, de haven, het zwarte water van de
rivier en vooral de regen, het vocht en de hitte. Ook boeiend zijn de maatschappelijke
ontwikkelingen die op de achtergrond spelen; de militaire dictatuur die begint
in 1964 en later de economische groei die grote veranderingen met zich
meebrengt.
Milton Hatoum
Milton Hatoum (1952) groeide op in Manaus en is van Libanese
afkomst.
‘Dois irmãos’
kwam uit in 2000. De vertaling verscheen in 2004 en is van Jelle Noorman.
In 2005
publiceerde Hatoum de roman ‘Cinzas do Norte’ en in 2008 ‘Orfãos do Eldorado’.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten