Bahia

Bahia
Imbassai

vrijdag 29 april 2016

Terug naar de bibliotheek

Ik hou van lezen. En het voelt bijna als een plicht om een boek waaraan ik ben begonnen uit te lezen. Maar steeds vaker stop ik als een boek me niet bevalt, zet het terug in de boekenkast of breng het terug naar de bibliotheek. Dit is me de afgelopen maanden twee keer overkomen met een boek van een Braziliaanse auteur. Of eigenlijk drie keer. Ik doe het liefst verslag van boeken die ik heb gelezen, maar ook het mislukte lezen behoeft enige reflectie. 

Te dik
Laat ik met de laatste beginnen. ‘Brazilië, Brazilië’ van João Ubaldo Ribeiro. In de Braziliaanse literatuur die ik lees, zoek ik vooral naar het Braziliaanse, naar couleur locale, naar geschiedenis, naar iets wat me Brazilië beter doet begrijpen. Ik ben er zeker van dat deze historische familiekroniek aan die wens voldoet, en de eerste twee hoofdstukken bevielen me wel. Maar het boek is te dik voor dit moment. Ik heb er geen tijd voor, ik heb er de rust niet voor, ik heb behoefte aan kort en krachtig. Ribeiro gaat terug naar de bibliotheek en ik heb voor de komende dagen ‘Vluchten’ van Ethel Portnoy uit de kast gepakt, een bundel reisverhalen.


Vaag gemijmer
Een paar weken geleden had ik twee boeken van Gracileano Ramos uit de bibliotheek meegenomen. Vol verwachting begon ik aan ‘Kinderjaren’, uit de Privé-domeinreeks. Ik hou erg van biografieën, autobiografieën en memoires, maar met de herinneringen van Ramos schoot het niet op. Het bleef bij vaag gemijmer. Nu kan het eraan liggen dat herinneringen aan de vroegste kinderjaren slechts impressionistisch zijn, maar toen ik ongeduldig doorbladerde, zag ik geen verandering in stijl. Sorry Gracileano, en sorry August Willems, die natuurlijk heel wat weken, of misschien zelfs wel maanden, aan de vertaling heeft gewerkt. Ook dat nog, voel ik me schuldig als ik niet mijn best doe om een boek helemaal uit te lezen.
Het andere boek van Ramos dat ik na een paar hoofdstukken dichtsloeg en terugbracht naar de bibliotheek was de roman 'Dorre levens'. Ook hier veel gemijmer, nu in dialoogvorm. De personages interesseerden me niet en er gebeurde nauwelijks iets. Want wat zorgt ervoor dat de lezer blijft lezen? Dat ze nieuwsgierig is naar de personages, dat ze wil weten hoe het verhaal verder gaat. Deze lezer tenminste wel.
Overigens gaan niet alleen Braziliaanse boeken onuitgelezen terug naar de bieb, ook 'In de beste familie' van Rachel Cusk is dit lot beschoren.

Dus mensen, help me en geef me wat tips voor boeiende boeken van Braziliaanse auteurs.

donderdag 21 april 2016

Castelo de Garcia D’Ávila – cultureel erfgoed in Brazilië

Naast de ruïne staat een zeshoekige kapel waarvan de witte muren schreeuwen om een likje verf. De akoestiek binnen is indrukwekkend, maar het is de vraag of er wel eens een zanger of muziekensemble gebruik van maakt.
Binnen zijn de muren okerkleurig met oranjebruine randen. Het gewelf boven het altaar is beschilderd als een jacobsschelp.

De kapel
Grootgrondbezitter
Ruïne en kapel staan op een heuvel aan de overig vlakke kust ten zuiden van het toeristische plaatsje Praia do Forte, in de Braziliaanse deelstaat Bahia. Het is een strategische plek, ooit gekozen door de Portugees Garcia D’Ávila, die zijn bezit wilde verdedigen tegen invallen van Hollanders en Spanjaarden.  Garcia D’Ávila was de rechterhand van de Tome de Souza, de eerste gouverneur van Brazilië. Hij mag met recht een grootgrondbezitter worden genoemd, het stuk land waarvan hij de eigenaar was besloeg maar liefst 800.000 km2, zo’n tien procent van Brazilië. In 1551 liet hij op de heuvel een toren bouwen, het eerste Portugese militaire gebouw in Brazilië. Vanaf de toren kon, met vuursignalen, worden gecommuniceerd met schepen.
Van de toren is niets meer over, maar het huis wordt, naast Castelo de Garcia D’Ávila, ook wel Casa da Torre genoemd. Naast de toren werd een gefortificeerd huis gebouwd. Waarschijnlijk is de naam Praia do Forte te herleiden tot dit fort. Het fort was het vertrekpunt van veel expedities naar de binnenlanden van het noordoosten van Brazilië.

De toren
Opgravingen
Tussen 1999 en 2010 heeft de Fundação Garcia D’Ávila ervoor gezorgd dat de ruïne en de kapel werden gerestaureerd en toegankelijk gemaakt voor bezoekers. Het terrein is nu vele malen kleiner dan in de zestiende eeuw: tien hectare.
Via een metalen trap klimmen we, mijn Braziliaanse metgezel Marcio en ik, naar de eerste verdieping en bewonderen het uitzicht: hoge kokospalmen en de Atlantische Oceaan.
In het grasveld voor de ruïne lopen we langs opgravingen die resten van stenen muren laten zien. Hoorde dit bij het castelo? Was hier een woonhuis? Vragen die onbeantwoord blijven, want in de expositieruimte zijn enkel verbleekte foto’s van de opgravingen te zien en een paar artists impressions waarop we Portugese soldaten ontwaren.


Archeologische vindplaats
Bij de entree van het terrein van Castelo de Garcia D’Ávila staat een portiershok met een portier die toegangskaartjes verkoopt en even verderop staat een mooi bezoekerscentrum. Maar bij de bar kun je niets kopen, in het gedeelte dat bestemd is om producten te verkopen die gemaakt zijn door de lokale bevolking, zien we alleen houten zeilbootjes in de vitrine en de archeologische vondsten in de expositieruimte staan te verstoffen.
Marcio weet dat er een informatieve video bestaat. We gaan zitten in de audiovisuele ruimte en op ons verzoek haalt een van de suppoosten de film. Na enig gepruts krijgt hij de apparatuur aan de praat. Het commentaar bij de film is in het Portugees en wordt niet vertaald. Het enige wat ik versta is, dat dit een van de grootste archeologische vindplaatsen is van Brazilië.

Houten zeilbootjes
Erfgoed toegankelijk maken
Het Castelo de Garcia D’Ávila is een mooi voorbeeld van waarom er structurele ondersteuning nodig is om erfgoed toegankelijk te maken. Niet alleen voor toeristen uit eigen land, maar ook voor buitenlandse toeristen. Ik weet dat Brazilië urgentere problemen heeft om op te lossen, maar toch lijkt het me mooi als hier een tentoonstelling is die me – in het Engels – het verhaal vertelt van Garcia D’Ávila, van de torre en het castelo, van de Hollanders die de kust van Bahia belagen en van de teloorgang van het huis. En dat er afspraken worden gemaakt met de hotels en pousadas in Praia do Forte en dat er bussen zijn die toeristen vervoeren van Praia do Forte naar hier. Per slot van rekening is dit een van van de grootste archeologische vindplaatsen van Brazilië.

Entree terrein
Ficus als amfitheater
En tot slot wil ik klassieke concerten in de kapel en theatervoorstellingen onder de meer dan een eeuw oude Ficus Guapa. Want eigenlijk is deze grillige en indrukwekkende boom het mooiste wat het terrein te bieden heeft. Met zijn enorme takken vormt de Ficus een half amfitheater waar het publiek kan zitten op een lange halfronde stenen bank. Wordt dit prachtige natuurlijke theater ooit als zodanig gebruikt? Marcio weet alleen dat het bezoekerscentrum in de avonden vooral wordt verhuurd voor bruiloften en partijen.

Ficus Guapa als amfitheater
Met dank aan Marcio Nogueira die de informatie uit de video voor me vertaalde.

vrijdag 15 april 2016

'Twee broers' van Milton Hatoum

‘Hebben mijn zonen zich al verzoend?’ Met die vraag op de lippen sterft Zana. Ze is geboren in Libanon, maar is al op jonge leeftijd met haar vader geëmigreerd naar de Braziliaanse stad Manaus, op het kruispunt van de Amazone en de Rio Negro. Ze trouwt met Halim, ook een Libanees en krijgt een tweeling, twee jongens, Jaqub en Omar, en een dochter Rânia. Tussen de jongens botert het niet. Het is Zana’s grootste wens om haar zoons als goede vrienden te zien, maar dat gebeurt niet. Jaqub is intelligent en ijverig en bouwt in São Paulo een goede carrière op. Omar wil niet deugen, hij drinkt en ligt het liefst in zijn hangmat. Van tijd tot tijd verdwijnt hij, waarop zijn moeder zijn vader erop uitstuurt hem terug te vinden. De liefde van Zana voor haar benjamin, Omar, is bijna ziekelijk te noemen. Ze gunt geen andere vrouw zijn liefde. Ook de liefde van Rânia voor haar broers heeft iets beklemmends. Ze is mooi, maar wijst alle aanbidders af en is het liefst bij haar broers.

Vijandschap
Het verhaal van Zana en Halim en hun kinderen wordt verteld door Nael. Hij is de zoon van Domingas, de dienstmeid van indiaanse afkomst. Nael vermoedt dat hij verwekt is door één van de broers, maar weet niet door welke.
Het thema lijkt spannend, vijandschap tussen twee broers, maar het boek kabbelt nogal, het kostte me moeite het uit te lezen. Nael vertelt ons veel over Jaqub en Omar, maar ze gaan niet echt voor ons leven. Dat maakt het lastig de vete in te voelen.
Misschien staan de twee broers voor de twee kanten van Brazilië. Aan de ene kant de energieke vooruitgangsdrift in São Paulo, aan de andere kant het zalige nietsdoen in andere delen van het land. Dat geeft het boek een tragische inslag: nooit zullen beide kanten zich met elkaar verzoenen.

Manaus
Mooi aan het boek is de beschrijving van de sfeer van Manaus, met zijn 'mengelmoes van mensen, talen, achtergronden, kleren en verschijningen'. Met zijn rubberbomen, broodbomen, de haven, het zwarte water van de rivier en vooral de regen, het vocht en de hitte. Ook boeiend zijn de maatschappelijke ontwikkelingen die op de achtergrond spelen; de militaire dictatuur die begint in 1964 en later de economische groei die grote veranderingen met zich meebrengt.

Milton Hatoum
Milton Hatoum (1952) groeide op in Manaus en is van Libanese afkomst.
‘Dois irmãos’ kwam uit in 2000. De vertaling verscheen in 2004 en is van Jelle Noorman.
In 2005 publiceerde Hatoum de roman ‘Cinzas do Norte’ en in 2008 ‘Orfãos do Eldorado’.



woensdag 13 april 2016

Marianne in Rio

Onderweg naar de veerboot die ons naar Niterói zal brengen, stuiten we op een imposant gebouw. Rio de Janeiro grossiert niet in oude gebouwen, dus besluiten we dat de ferry wel even kan wachten, bestijgen de trappen en geven ons op voor een gratis rondleiding in het Engels.


Sterrenhemel
Het gebouw is het Palácio Tiradentes. In de jaren twintig werd er veel gebouwd in Rio en lieten architecten zich graag inspireren door Parijs. Zo is het Theatro Municipal een kopie van de Parijse Opéra. Het Palácio Tiradentes kwam gereed in 1926 en zou niet misstaan in Parijs.
Tot 1960 was dit het parlementsgebouw van Brazilië, toen moest Rio als hoofdstad van het land plaatsmaken voor Brasilia. Vanaf het balkon waar het publiek mocht zitten, bekijken we de zaal waar het parlement vergaderde. Boven de zaal is een reusachtige blauwe glazen koepel die de sterrenhemel weergeeft van de nacht van 15 november 1889, de dag waarop Brazilië een republiek werd met een eigen regering.

Lauwerkrans
In een andere zaal wijst de gids, een jonge student, ons op de schilderingen op het plafond. Recht boven ons zien we een vrouw. Hij laat ons even gissen wie het zou kunnen zijn en vertelt dan dat het Marianne is, het zinnebeeld van de Franse Revolutie. Marianne was voor de jonge republiek een bron van inspiratie. En nog steeds is dit symbool van de vrijheid nauw verbonden met Brazilië, want de gids vertelt ons dat ze is afgebeeld op de Braziliaanse munt, de real. Ik open meteen mijn portemonnee en ja, daar is ze, inclusief lauwerkrans.
Tandentrekker
Palácio Tiradentes is genoemd naar Joaquim José da Silva Xavier (1746-1792), een van de leiders van een revolutionaire beweging die streefde naar onafhankelijkheid van Portugal. Voor de Brazilianen is hij een nationale held. Zijn bijnaam was Tiradentes, dat tandentrekker betekent. Het Palácio is gebouwd op de grond waar vroeger de oude gevangenis stond waar Tiradentes gevangen werd gehouden.
Het gebouw huisvest nu de wetgevende macht van de staat van Rio de Janeiro.