Bahia

Bahia
Imbassai

woensdag 17 februari 2016

'Gabriela' van Jorge Amado

Iedereen houdt van Gabriela. Dat kan ook niet anders, want ze is mooi, haar huid heeft de kleur van kaneel, ze ruikt naar kruidnagel, ze is altijd vrolijk, danst en zingt graag en ze kan verukkelijk koken. Nacib, Arabische Braziliaan (geboren in Syrië) en eigenaar van café Vesuvio, treft haar tijdens een wanhopige zoektocht naar een kokkin aan bij een groep mensen die de droogte van de sertão zijn ontvlucht. Ze gaat koken voor zijn gasten, de klandizie groeit en Nacib wordt smoorverliefd op haar. Ondanks de waarschuwing van boekhandelaar João Fulgêncio – sommige bloemen moet je niet plukken en in een vaas zetten, want dan verwelken ze meteen – trouwt hij haar. Gabriela is geen vrouw die gelooft in de huwelijkse trouw, ze vindt het veel te leuk om met andere mooie mannen te vrijen en snapt niet waarom dat niet kan. Als Nacib haar betrapt met een andere man is hij woedend. Ze scheiden en vinden uiteindelijk een manier om in vrijheid samen te zijn en van elkaar te genieten.

Modernisering
De liefdesgeschiedenis van Gabriela en Nacib speelt zich af rond 1925 in de Braziliaanse havenstad Ilhéus die is omringd door cacaoplantages. Het is een wereld in verandering, de bazen van de cacaoplantages, de kolonels, merken dat hun op geweld gebaseerde macht tanende is. De modernisering is niet tegen te houden. De monding van de haven wordt uitgebaggerd zodat grote schepen niet meer hoeven uit te wijken naar Salvador en modernere politici krijgen de macht. De kolonel die zijn vrouw en haar minnaar vermoordt wordt veroordeeld, iets wat vroeger ondenkbaar was. Toen werden machtige mannen toegejuicht als ze het recht in eigen hand namen. Malvina, de dochter van één van de kolonels, besluit dat ze geen geketend leven wil zoals haar moeder en loopt weg naar São Paulo waar ze werk vindt op een kantoor.

Film
Sonia Braga als Gabriela
‘Gabriela’ is een dik boek en de politieke verwikkelingen zijn soms wat teveel van het goede, maar het geeft een schitterend en levendig beschreven beeld van een samenleving in transitie, van mannen die macht moeten inleveren en van vrouwen die het heft in eigen handen nemen. Wil je meer weten over de geschiedenis van Brazilië, lees dan deze klassieker.
‘Gabriela’ is zeer populair in Brazilië. In 1961 werd er een televisiebewerking van gemaakt en in 2012 is er opnieuw een telenovela van gemaakt. De film ‘Gabriela’ uit 1983 (regie: Bruno Baretto) is in zijn geheel te zien op Youtube, zonder ondertiteling, maar als je het boek hebt gelezen kun je het verhaal goed volgen. Sônia Braga speelt Gabriela en Marcello Mastroianni is Nacib. De film speelt zich af in een onbestemd jaar, de jurkjes die Gabriela draagt zijn in ieder geval veel te kort voor 1925.

Jorge Amado 
Jorge Amado werd geboren in 1912, als zoon van een cacaokolonel. Hij ging naar het gymnasium in Salvador en werd misdaadverslaggever. Hij werd actief binnen de communistische partij en schreef zeer geëngaeerde boeken die vaak verboden werden. Toen de communistische partij werd verboden, trok hij naar Parijs. In 1956, na de onthullingen van Chroesjtsjov, verliet hij de partij. Zijn boeken werden lichter en hij wilde vooral het volk in al zijn facetten beschrijven. Vanaf 1983 woonde hij de ene helft van het jaar in Parijs en de adere in Salvador. In 2001 stierf hij in Salvador. Zijn huis in de Salvadoriaanse wijk Pelourinho is nu een museum.
‘Gabriela, cravo e canela’ verscheen in 1958, werd in 2012 in het Nederlands vertaald door Maartje de Kort en kwam uit bij Atheneum - Polak&Van Gennep.

zondag 7 februari 2016

'Where I grow old' - Belo Horizonte of Lissabon?

‘Ik twijfel overal over,’ zegt Francisca halverwege de film ‘Where I grow old’ tegen haar vriendin Teresa. Beide jonge vrouwen zijn Portugees en wonen in de Braziliaanse stad Belo Horizonte. Is die onzekerheid het levensgevoel van de huidige generatie dertigers? Of heeft het te maken met het levensgevoel in Brazilië? De relatie met haar Braziliaanse vriend is geen vaste relatie, want je kunt immers relaties met verschillende mensen hebben. Ondanks de twijfel neemt Francisca de beslissing terug te gaan naar Lissabon. Teresa, die Portugal net heeft verlaten om een leven op te bouwen in Brazilië is geschokt en voelt zich in de steek gelaten door haar vriendin.

Warm decor
'Where I grow old' ('A cidade onde envelho') is de eerste speelfilm van Marília Rocha die eerder documentaires maakte. In de film zijn de ervaringen verwerkt van de Portugese Francisca Manuel die in 2011/2012 naar Brazilië verhuisde en die de rol van Francisca speelt. Francisca Manuel en Elizabete Francisca zijn geen van beiden professionele acteurs, maar hun spel is heel naturel en ze zijn allebei heel plezierig om naar te kijken. Dat geldt ook voor de andere spelers. Belo Horizonte vormt een mooi en warm decor voor dit emigratieverhaal.
De film ging internationaal in première tijdens het IFFR 2016.

Cultuurverschillen
Brazilië en Portugal hebben de taal gemeen, maar de cultuurverschillen zijn groot. Haar vriendje verwijt Francisca dat ze te precies is en de regels teveel volgt. ‘Voor ons zijn regels er om overschreden te worden.’ Ook een mooi moment van cultuurclash is de scène waarin Teresa en Francisca op zoek gaan naar een ander appartement. Aan de muur van de badkamer zitten verschillende tegels. Typerend voor Brazilië, vindt Francisca. Geen aandacht voor details, de dingen nooit mooi afwerken. Teresa vindt het juist wel charmant.

Vastberaden
Waar wil ik oud worden, zal een vraag zijn die veel emigranten kwelt. Een vraag die misschien onmogelijk beantwoord kan worden. Ondanks alle twijfel maakt Francisca een keuze en keert terug naar Lissabon. Dat Teresa ondanks al haar onzekerheden toch vastberaden is in Belo Horizonte een leven op te bouwen, blijkt uit het slotbeeld. Ze zit achter het stuur van de auto van Francisca’s ex-vriendje en geniet ervan door Belo Horizonte te rijden.

zaterdag 6 februari 2016

'Neon Bull' - stoere cowboy achter de naaimachine

‘Neon Bull’ (2015) van regisseur Gabriel Mascaro speelt zich af in het Noordoosten van Brazilië. De setting is een bijzondere: de wereld van de vaquejada ofwel de rodeo. Hoofdpersoon Iremar (Juliano Cazarré) rijdt met zijn maten en een truck vol witte stieren van arena naar arena. In de arena worden de stieren één voor één losgelaten. Twee mannen te paard moeten zijn staart te pakken zien te krijgen en hem zo ten val brengen. Iremar doet zijn werk met liefde, maar hij heeft een nog grotere passie, hij naait kleren voor Galega (Maeve Jinkings) die dansshows geeft.
Veel plot heeft de film niet. Wanneer collega Zé wordt vervangen door de veel jongere en modernere cowboy Junior, lijkt het er even op dat Iremar voor hem valt, maar het wordt geen Braziliaanse versie van ‘Brokeback Mountain’.

Strijklicht
De camera neemt de tijd om ons de wereld van de cowboys te laten zien, we zitten vaak tussen de stieren en kunnen hun kracht bijna voelen en het stof dat ze op woelen bijna ruiken. Ook kent de film een paar heel poëtische beelden waarbij de schoonheid van strijklicht ten volle wordt uitgebuit. De meest poëtische scène is wel die waarin een man ’s nachts zijn paard traint en masseert.

Stylingtang
Het verrassendste aspect van de film, die zich toch afspeelt in een machowereldje, is dat seksestereotypen heel vanzelfsprekend worden doorbroken. De stoere cowboy Iremar zit het liefst met glanzende stoffen achter de naaimachine. Galega, de alleenstaande moeder, bestuurt de truck en repareert hem en cowboy Junior flost zijn tanden en is uren in de weer met de stylingtang.
Een leuke relativerende rol is weggelegd voor Cacá (Alyne Santana), de dochter van Galega, die niets voor waar aanneemt en niet bang is om ontregelende vragen te stellen.

Ik zag de film op het IFFR 2016.

woensdag 3 februari 2016

'Califórnia' - coming of age in de jaren tachtig

Hoe was het om jong te zijn in de jaren tachtig in Brazilië? Die vraag wilde regisseur Marina Person onderzoeken in haar film ‘Califórnia’ die deze week zijn internationale première beleefde op het Internationale Filmfestival Rotterdam (IFFR).
Marina Person is zelf aanwezig, met haar hoofdrolspeelster Clara Gallo, om na vertoning van de film vragen van het publiek te beantwoorden.

Aids
‘Califórnia’ speelt zich af begin jaren tachtig, tijdens de laatste jaren van de militaire dicatuur. Estela (Clara Gallo) is zestien jaar, woont in São Paulo en droomt van een reis naar Californië, waar haar oom Carlos woont. De reis is al geregeld, maar gaat op het laatste moment niet door. Carlos komt terug naar Brazilië, ziek, ernstig ziek zoals later blijkt. Begin jaren tachtig, dat is ook de periode dat we voor het eerst hoorden over aids.
Marina Person, zelf geboren in 1969: “Wij waren de eerste generatie die, terwijl we onze eerste seksuele ervaringen opdeden, te maken kregen met aids. Terwijl wij de kinderen waren van ouders die in de jaren zestig volwassen werden en experimenteerden met de vrije liefde.”

Eigen ervaringen
Marina Person en Clara Gallo op het IFFR
Op de vraag of de film autobiografisch is, antwoordt ze ontkennend, maar natuurlijk heeft ze wel eigen ervaringen verwerkt in de film. Net als Estela was ze groot fan van David Bowie en had ze een vriendje die haar ‘L’étranger’ van Albert Camus gaf omdat ‘How to kill an Arab’ van The Cure op dat boek was gebaseerd. Het was overigens niet gemakkelijk toestemming van Robert Smith van The Cure te krijgen om dit nummer te mogen gebruiken. Het was te vaak ingezet voor verkeerde doeleinden. Pas na drie persoonlijke emails waarin Marina Person Robert Smith schreef wat het nummer voor haar betekende, ging hij akkoord.

Coming of age
Estela is verliefd op Xande, een blonde surfer, die net zo gemakkelijk met andere meisjes zoent. Een nieuwe jongen in de klas, JM (Caio Horowitz), met new wave haar, die door haar klasgenoten als freak wordt bestempeld, laat haar inzien dat het bij liefde om andere dingen gaat dan good looks.
‘Califórnia’ is een mooie coming of age film die de wereld van een zestienjarige en de sfeer van de jaren tachtig goed weet te treffen. Een jongen die casettebandjes maakt voor het meisje dat hij leuk vindt. De posters op de muren van de slaapkamers. En vooral de soundtrack. Naast The Cure en David Bowie horen we ook The Smiths en New Order.

maandag 1 februari 2016

‘Posthume herinneringen van Brás Cubas’ van Machado de Assis

‘Posthume herinneringen van Brás Cubas’ (‘Mémorias póstumas de Brás Cubas’) van Joaquim Machado de Assis is een klassieker in de Braziliaanse literatuur, of misschien zelfs in de wereldliteratuur. Meer nog, het boek is de eerste moderne roman in de Braziliaanse literatuur. Het verscheen in 1880, Machado de Assis was veertig jaar en had tot dan toe vooral conventionele romans en verhalen geschreven. In het mooie nawoord dat hij bij de Nederlandse uitgave schreef, wijdt vertaler August Willemsen enkele pagina’s aan de vraag waar die plotselinge ommezwaai vandaan kwam. Wellicht bracht een oogvliesontsteking en een dreigende blindheid hem ertoe eindelijk zijn echte schrijversstem de ruimte te geven. Een schrijversstem die hij al had ontwikkeld als journalist en schrijver van kronieken.

Het werk van een dode
‘Posthume herinneringen van Brás Cubas’ is een heerlijk boek. Brás Cubas is een rasverteller die de pen om zijn memoires op te schrijven pas ter hand neemt als hij zijn laatste adem heeft uitgeblazen. ‘Het werk van een dode’, schrijft hij in zijn Aan de lezer. ‘Ik heb het geschreven met de pen der scherts en de inkt der melancholie [...].’ In 160 korte hoofdstukken vertelt Brás Cubas ons zijn levensverhaal en onderhoudt hij ons over zijn gedachten over het leven en aanverwante zaken. Het is niet groots en meeslepend wat hij ons vertelt, een geheime minnares, een gefnuikte carrière in de politiek, maar ach, wiens leven is wel groots en meeslepend?

Geluk is een illusie
Tijdens het lezen van de eerste hoofdstukken vroeg ik me af of Brás Cubas een ijdeltuit is en of de moraal van het boek zal zijn: hoogmoed komt ten val. Maar nee, eigenlijk is Brás best een sympathieke vent die er het beste van probeert te maken en die zich er ook van bewust is dat hij de lezer soms verveelt met zijn verhalen. Zo bestaat hoofdstuk 139, met als titel ‘Hoe ik geen minister werd’, alleen uit puntjes. Want: ‘Er zijn dingen die men het best zegt door te zwijgen [...]’
Een heel mooi hoofdstuk is het zevende, ‘Het delirium’, waarin hij beschrijft wat hij ziet in zijn koortsdromen vlak voor zijn dood. Staande op een berg ziet hij de geschiedenis der mensheid aan zich voorbijtrekken. Hij ziet hoe de mens zich vastklampt aan het droombeeld van het geluk en hoe het droombeeld vervliegt, want geluk blijkt slechts een illusie te zijn. En dat is het thema van de roman, de kleinheid der mensen. We doen ons best, we jagen illusies na, maar uiteindelijk is alles tevergeefs. Dat klinkt misschien nogal pessimistisch, maar het is beslist geen somber boek, want Brás Cubas is ook een opgewekte levensgenieter.

Nuchter understatement
‘Posthume herinneringen van Brás Cubas’ werd gemengd ontvangen in Brazilië. Eén van de kritiekpunten was dat het geen Braziliaanse roman was. Men miste tropische warmte, fleurige frases en volzinnen, en kon de ironie en het nuchtere understatement niet waarderen.

Het liefst zou ik nog meer mooie zinnen uit de roman en uit het nawoord van Willemsen willen citeren, maar ik kan beter zeggen: lees dat boek!

Joaquim Maria Machado de Assis werd in 1839 geboren in Rio de Janeiro. Hij schreef romans, verhalen, gedichten, toneelstukken en essays. Hij overleed in 1908.