Bahia

Bahia
Imbassai

woensdag 27 januari 2016

Tribalistas - warme muziek van een supertrio

Wie aan Braziliaanse muziek denkt zal al snel ‘Girl of Ipanema’ neurieën. Dit nummer van Antonio Carlos Jobim (muziek) en Vinicius de Moraes (tekst) is een bossanova, een muziekstijl die in de jaren vijftig en zestig ontstond in Rio de Janeiro en is afgeleid van de samba en de jazz. Ik heb me wel eens afgevraagd of alle Braziliaanse muziek doordrenkt is van de bossanova, maar gelukkig heeft het land ook heel andere muziekstijlen voortgebracht.

Supertrio
Bijna tien jaar geleden stuurde een Braziliaanse vriend me de cd ‘Tribalistas’. Ik was meteen verkocht. Wat een bijzondere muziek en wat een mooie stemmen. Vooral de diepe warme stem van Arnaldo Antunes brengt je meteen in een andere wereld.
Tribalistas was een gelegenheidstrio – een supertrio zeg maar – dat bestond uit drie bekende Braziliaanse muzikanten: Arnaldo Antunes, Carlinhos Brown en Marisa Monte. Het album ‘Tribalistas’ kwam uit in 2002. Hoewel het trio nooit als Tribalistas heeft opgetreden of interviews heeft gegeven, werd de cd zeer goed verkocht en won vele prijzen.

Dromerig tapijt
De dertien songs zijn warm en melancholiek. Liedjes van verlangen, naar carnaval, naar kerstmis, naar de liefde, naar een vrije dag, naar de verte waar de schoonheid van de wereld is verborgen. De heldere stem van Marisa Monte kleurt prachtig bij het donkere geluid van Arnaldo Antunes, vooral in ‘O amor é feio’ (de liefde is lelijk) weven ze samen een dromerig tapijt waarop je zo kunt wegzweven. Want de liefde is niet alleen lelijk en vuil, de liefde is ook mooi en vol genade.

Chocoladesiroop
Kijk tot slot eens goed naar het hoesje. De tekening is gemaakt door de Braziliaanse kunstenaar Vik Muniz, met chocoladesiroop. Hoe passend bij de muziek!
De cd ‘Tribalistas’ is nog steeds verkrijgbaar. Alle liedjes zijn te beluisteren op YouTube.

zondag 24 januari 2016

'De Engelenclub' van Luis Fernando Verissimo

Tien mannen in een niet nader genoemde plaats in Brazilië hebben al jaren een eetclub, de Picadinhoclub, genoemd naar het gerecht dat ze als jongeman altijd aten in de kroeg van Alberi: met maniokmeel, roerei en bakbanaan geserveerd stoofvlees. Door de dood van een van hen zit de eetclub in het slop, maar dan ontmoet Daniel, de ik-figuur, een mysterieuze man, Lucídio, die graag voor hen wil koken.

Goddelijk
Lucídio kookt goddelijk, maar na iedere maaltijd sterft een lid van de Picadinhoclub. Na twee doden weten de anderen dat het geen toeval is en weten ze dat het laatste bord eten dat Lucídio serveert dodelijk is. Maar het weerhoudt hen niet door te gaan met de maaltijden. Want ze hebben niets bereikt in het leven en ze sterven liever na het ultieme genot te hebben meegemaakt, dan voort te leven als een nietsnut. Het vooruitzicht te sterven verhoogt zelfs het eetgenot. ‘Je at in een staat van opwinding, ja euforie bijna.’
De spanning in deze prettig leesbare thriller ligt niet in de vraag wie het heeft gedaan, want dat weten we al vanaf de eerste bladzijde, maar in het waarom. Waarom vergiftigt Lucídio de leden van de eetclub en waarom laten ze zich doden?

Genot
Voor de lezer blijft de ultieme vraag over: wat is eigenlijk de zin van het leven? Is dat het genot, zoals het voor deze verwende mannen lijkt te zijn die niet hoeven te werken voor hun levensonderhoud? Daniel, toch een man van middelbare leeftijd, wordt nog steeds onderhouden door zijn vader. ‘Op de drempel van de dood wil je alleen maar zin en betekenis,’ schrijft hij, als chroniquer van deze gastronomische Russische roulette. Is lust en genot dan voldoende? 
'De Engelenclub' is een amusant boek dat lekker wegleest, maar wat ik me afvraag: zegt het iets over een verwende genotzuchtige leisure class in Brazilië, een klasse die wij in Nederland nauwelijks kennen? Of behoren we allemaal tot de leisure class die is gericht op consumptie en genot?

Luis Fernando Verissimo
Luis Fernando Verissimo werd in 1936 geboren in Porte Alegre. Hij groeide op in de Verenigde Staten en keerde in 1956 terug naar Porte Alegre. Naast romans maakt hij cartoons, is hij vertaler en schrijft hij voor televisie en toneel. Hij schreef kronieken over het dagelijks leven in Brazilië voor diverse tijdschriften.
'O clube dos anjos' kwam uit in 1998. De Nederlandse vertaling kwam uit in 2011 en is van Harrie Lemmens.

dinsdag 19 januari 2016

'God is een Braziliaan' van Harrie Lemmens

Veel reizigers willen schrijven over hun reizen, over hun belevenissen, hun ontmoetingen, maar zelden zijn die verhalen interessant voor anderen. Jan Donkers schreef er een leerzaam boek over: ‘Reisverhalen schrijven’. Een belangrijke tip uit dit boek komt van V.S. Naipaul en luidt ‘travel on a theme’. Een thema geeft je verhaal richting.

Bestaat er een Braziliaanse literatuur?
Het thema van ‘God is een Braziliaan’ van vertaler Harrie Lemmens is de Braziliaanse literatuur. In dit boek beschrijft hij drie reizen naar Brazilië. Tijdens die reizen bezoekt hij acht grote steden die hij per hoofdstuk beschrijft. Hij ontmoet er schrijvers – 'mijn' schrijvers, zoals hij ze noemt, de schrijvers van wie hij boeken heeft vertaald - en hij schrijft over dode schrijvers. Daarnaast beschrijft hij op levendige wijze wandelingen door de steden, spreekt hij met obers en taxichauffeurs, bezoekt hij musea en weet hij heel veel over de geschiedenis van het land en natuurlijk over de taal, het Braziliaans-Portugees.
Bestaat er een Braziliaanse literatuur, is een interessante vraag die aan de orde komt in het boek. Sommige schrijvers, zoals Daniel Galera die Lemmens ontmoet in Porte Alegre, vinden van niet. Het exotische dat in het buitenland wordt geëist van de Braziliaanse literatuur is hem een doorn in het oog, schrijft Lemmens. Een schrijver heeft zijn eigen thema’s en wil zich niet laten dicteren wat hij moet schrijven. Het beeld dat ‘God is een Braziliaan’ schetst van de literatuur van dit enorme land is dat het heel divers is, net zo divers als de bevolking en de geschiedenis van de verschillende bevolkingsgroepen. Clarice Lispector werd geboren in Oekraïne, de voorouders van Michel Laub zijn Europese Joden, om maar enkele voorbeelden te noemen.

Leeslijst
Tijdens het lezen van ‘God is een Braziliaan’ lag er pen en papier klaar zodat ik steeds namen van schrijvers en titels van boeken op kon schrijven. Ik heb nu een leeslijst met vijftien namen en titels en verheug me op de komende leesweken.
Wat wel opvalt, op mijn lijstje staan vooral mannen. Heeft Brazilië na Clarice Lispector niet veel vrouwelijke auteurs voortgebracht? Of zijn ze er wel, maar worden ze te weinig gezien?

Troost
Had ik dit boek maar voor mijn reis naar Brazilië gekocht, dan had ik me kunnen laten gidsen door Lemmens en straten en pleinen kunnen verbinden met boeken. Eén troost, ik heb alleen Rio en Salvador nog maar gehad. Porte Alegre, Ilhéus, Curitiba, São Paulo, Belo Horizonte en Recife liggen nog op me te wachten.

'God is een Braziliaan' van Harrie Lemmens kwam in 2014 uit bij Atheneum - Polak & Van Gennep.
'Reisverhalen schrijven' van Jan Donkers kwam in 2008 uit bij Augustus.


woensdag 13 januari 2016

Olodum - het geluid van Pelourinho

Dit T-shirt kocht ik in Praia do Forte, voor mijn zoon. Natuurlijk had ik het in Pelourinho moeten kopen, maar het aanschaffen van souvenirs stel ik het liefst uit tot het allerlaatste moment.
Toen ik het aan hem gaf, keek hij wat bedenkelijk. Na mijn uitleg over Olodum vond hij het al een stuk leuker. Het filmpje op YouTube waarin Michael Jackson (in verschillende Olodum T-shirts) samen met Olodum ‘They don’t care about us’ brengt, gaf de doorslag. Zoon draagt het T-shirt regelmatig.


Beweging
Pelourinho is een oude wijk in de bovenstad van Salvador, de hoofdstad van de Braziliaanse deelstaat Bahia. De wijk is mooi gerestaureerd, maar loop je een zijstraat in dan is de verwaarlozing alweer zichtbaar.
Olodum (Yoruba voor ‘Almachtige God’) is alomtegenwoordig in de straten van Pelourinho. Je komt ze op straat tegen en als je ze niet ziet, dan hoor je ze wel, de trommelende jongens en meisjes. Atabaques heten de grote trommels, repiques de kleine. Op hoogtijdagen schijnen er wel duizend trommelaars op de been te zijn. En iedere winkel verkoopt Olodum souvenirs. 
Hoe kun je Olodum het beste beschrijven? Het is een Afro-Braziliaanse percussiegroep, opgericht in 1979, maar het is ook een school èn een beweging. Een beweging tegen sociale discriminatie, en voor de ontwikkeling van zelfvertrouwen en trots bij Afro-Brazilianen.

Machtige trommels
Museu de Cidade en Casa Jorge Amado
In haar boek ‘Kannibalen in Rio’ (1995) schrijft Ineke Holtwijk: ‘De machtige trommels bleken in staat de wijk te reanimeren. Niemand ging meer naar Pelourinho, een paar jaar geleden. In de stegen werden drugsdeals gesloten en je had ongeveer net zoveel kans een mes tegen je borst te krijgen als een stuk pleisterwerk op je hoofd. Olodum besloot op het Largo do Pelourinho, een symbolische plek voor zwart Brazilië, openbare repetities te houden. De wekelijkse oefenavonden trokken steeds meer belangstelling en groeiden uit tot happenings. Twee jaar later besloot de gouverneur tot restauratie van Pelourinho.’ Trommelen voor vernieuwing.

Michael Jackson
Michael Jackson is nog steeds aanwezig in Pelourinho. Als je op het Largo do Pelourinho (het Plein van de Schandpaal) staat, met je rug naar het Museu da Cidade en het Casa Jorge Amado, en naar de blauwe gevel links kijkt, zie je hem, op een balkon. Hij zwaait naar ons.
Het YouTubefilmpje met Olodum vind je hier.


zaterdag 9 januari 2016

'Overal en altijd weer' van Michel Laub

De roman ‘Overal en altijd weer’ van de Braziliaanse schrijver Michel Laub gaat over Auschwitz, over hoe Auschwitz doorwerkt in volgende generaties, zelfs al groeien die op in Brazilië. De ik-figuur, een man van veertig die in São Paulo woont, vertelt over zijn Joodse grootvader die Auschwitz overleefde en in 1945 op een schip stapte om een nieuw leven te beginnen in de Braziliaanse stad Porte Alegre. In de laatste jaren van zijn leven sluit de grootvader zich op in zijn kantoor en schrijft zestien schriften vol. Geen woord over zijn ervaringen in Auschwitz. De schriften vormen een soort encylopedie van het leven zoals het zou moeten zijn.
Hij heeft nooit iets verteld over het concentratiekamp, maar zijn zoon en kleinzoon weten ervan. Beiden hebben ze ‘Is dit een mens’ van Primo Levi gelezen, volgens de ik-figuur het ultieme boek over Auschwitz.
De vader van de ik-figuur is veertien als de grootvader zelfmoord pleegt. De ik-figuur zelf is veertien als hij, met zijn medeleerlingen van een Joodse school, de goj João laat vallen als die wordt gejonast. João komt in het ziekenhuis terecht. De ik-figuur voelt zich schuldig en verraadt zijn klasgenoten, waarna hij zich gedwongen voelt naar een andere - niet-Joodse - school te gaan. Hier wordt hij getreiterd met zijn Joods-zijn.

Het menselijk tekort
En alles lijkt het gevolg van Auschwitz. “[...] als Auschwitz de tragedie is die in haar aard alle andere tragedies samenvat, dan is dat ook een soort bewijs van het menselijk tekort overal en altijd weer – en je kunt daar niets aan doen, je kunt niets denken, je kunt niet afwijken van de weg die mijn grootvader in die jaren bewandelde [...]”
Lange tijd lijkt de ik-figuur zich vast te draaien in zijn denken over het menselijk tekort, alsof er geen ontsnapping mogelijk is, alsof Auschwitz het leven generatie na generatie zal bepalen. Ook de ik-figuur zou zich kunnen wentelen in slachtofferschap. Op zijn veertiende is hij begonnen met drinken en zijn alcoholverslaving zou hij kunnen wijten aan Auschwitz. Maar zijn vader laat hem inzien dat er andere wegen zijn. Als zijn vader te horen krijgt dat hij Alzheimer heeft, gaat ook hij schrijven. Maar anders dan de grootvader schrijft de vader over de wereld zoals die feitelijk is. Hij schrijft wel over zijn verdriet over de dood van zijn vader, maar hij laat zijn leven niet bepalen door dat verdriet. Hij wil geen slachtoffer zijn, hij besluit zich te concentreren op dat wat ertoe doet. Dan ziet ook de ik-figuur in dat hij zijn lot niet moet laten bepalen door het verleden, maar een keuze kan maken.

Puzzelstukjes
Michel Laub heeft zijn boek ingedeeld in hoofdstukken, die weer zijn ingedeeld in korte genummerde paragrafen. Puzzelstukjes zijn het. Laub maakt veel gebruik van de herhaling, ook in wat hij vertelt, maar met steeds meer informatie, zodat uiteindelijk de stukjes in elkaar vallen. ‘Overal en altijd weer’ is een ingenieus opgebouwd verhaal over het menselijk tekort en hoe je het achter je kunt laten.

Michel Laub
Michel Laub werd in 1973 geboren in Porte Alegre. Hij studeerde rechten, maar werkt nu als journalist en schrijver. In 1998 kwam zijn eerste verhalenbundel uit, ‘Não depois de que acontecue’. Zijn eerste roman werd in 2001 gepubliceerd, Musica Anterior’. ‘Diário da Queda’, de Portugese versie van ‘Overal en altijd weer’ kwam uit in 2011 en werd in 2013 vertaald door Harrie Lemmens. Vorig jaar kwam zijn roman ‘A Maçã Envenenada’ uit, als vervolg op ‘Diário da Queda’.


maandag 4 januari 2016

'Familiebanden' van Clarice Lispector

Mijn ontdekkingstocht naar de cultuur van Brazilië begint in mijn eigen boekenkast. Daar staat al sinds 1991 de verhalenbundel 'Familiebanden' van Clarice Lispector op me te wachten.

Een vrouw zit in de tram in Rio de Janeiro, haar boodschappen op schoot. Het is een gewone dag. Tot haar oog valt op een blinde man die bij een halte staat te wachten en kauwgom kauwt. Een alledaags tafereeltje, maar niet voor Anna. Door het beeld van deze man lijkt haar wereld in diggelen te vallen, niets is meer wat was. Ze verdwijnt uit haar eigen dagen, zoals Clarice Lispector het in het verhaal 'Liefde' omschrijft. Dat is een zin die je bijblijft en er staan veel meer van dit soort zinnen in de verhalen van Lispector. Met een geheel eigen stijl maakt ze subtiel de verwarring voelbaar die haar personages overvalt.
Nadat Anna uit de tram is gestapt zwerft ze rond in de botanische tuin van Rio. 'De bomen waren zwaar beladen, de wereld was zo rijp dat ze rotte'. Ze voelt zich slecht, omdat zij tot de sterken behoort, maar niets voor de zwakken doet. Als ze weer thuis is, bij haar gezin, blijft de vraag open of Anna ooit weer terug zal keren naar haar geruststellende eigen dagen.
Ook in andere verhalen in de bundel worden vrouwen door een kleine gebeurtenis uit hun eigen dagen geduwd en lijken ze de greep op de werkelijkheid te verliezen. De verhalen van Clarice Lispector hebben iets verontrustends, ze geven je het gevoel alsof er maar een klein duwtje nodig is om uit je eigen dagen verdwijnen.

Clarice Lispector
Clarice Lispector werd in 1920 geboren in een Joods gezin in Oekraine. Op zoek naar een beter en veiliger leven verhuisden haar ouders twee maanden later naar Brazilië.
Als 23-jarige student debuteerde Lispector met 'Cerca del corazón salvaje', in het Engels vertaald als 'Near to the wild heart'. Ze is vooral bekend van haar roman 'Het uur van de ster' die in 1977 verscheen. Naast acht romans, columns en artikelen - ze was modejournaliste - schreef ze 85 verhalen. De bundel 'Familiebanden' is uit 1960. Vorig jaar verscheen 'Complete Stories', een engelstalige bundel met al haar verhalen.
Alleen 'Het uur van de ster' en 'Familiebanden' zijn in het Nederlands vertaald. Er wordt momenteel gewerkt aan een vertaling van de biografie 'Why this world' (2009) die Benjamin Moser over haar schreef.
Lispector overleed in 1977 en wordt gezien als een van de grootste Braziliaanse moderne schrijvers.